|
1. My pupils |
These
are all vocabulary exercises for my pupils.
We used these words in class (texts, pictures, ...)
All words should be translated (Dutch - English). |
| |
|
2. How do you
study vocabulary? |
Je moet de woorden kunnen vertalen (Nederlands
- Engels).
Je moet de woorden juist kunnen schrijven en
uitspreken.
Dit doe je zo:
Neem het juiste blad vocabulary voor je en lees de
Engelse woorden luidop.
Op deze manier oefen je de uitspraak. Dit herhaal je 2 of 3 maal.
Bedek de Engelse woorden met een blad (dat niet doorschijnt).
Nu ga je de woorden proberen schrijven, van boven naar
onder.
Controleer ze en besteed extra aandacht aan de woorden
die je fout schreef.
Bedek de Engelse woorden en begin opnieuw. Dit maal van onder
naar boven.
Herhaal dit tot je geen fouten meer maakt.
Als je klaar bent maak je de oefening(en) op
de website.
Na een uur/enkele uren probeer je dit nog
eens.
Controleer zorgvuldig en herhaal tot je alle woorden kent.
Denk eraan: als je woorden juist kan
typen wil dit niet altijd zeggen dat je ze juist kan schrijven.
Schrijf dus ook nog de woorden! |
|
|
|
|
|